balise_liste_articles@
Jidéhem
Jidéhem
Tekening en scenario

Jean De Mesmaeker, bijgenaamd Jidéhem, bezoekt de kunstacademie Saint-Luc te Brussel en toont zijn eerste producten aan Fernand Cheneval, uitgever en drijvende kracht achter het weekblad HEROÏC-ALBUMS, die hem stimuleert en zijn twee eerste verhalen, "Ginger et le collectionneur" en "Le Baron est fou", vanaf 1953 in vervolgafleveringen publiceert.

Jidéhem creëert daarna een half dozijn onderzoeken van zijn detective "Ginger", met veel schotenwisselingen, auto-achtervolgingen en spectaculaire crashes. Na de opheffing van HEROÏC-ALBUMS, eind 1956, meldt hij zich bij Dupuis.

Zijn type semi-realistische, gewelddadige verhalen maakt de uitgever, die zich zorgen maakt over de Franse censuur, nogal huiverig. Ginger zal dan ook pas vanaf 1979 nieuwe verhalen beleven in ROBBEDOES, als de tolerantiedrempel in de publicaties voor de jeugd zijn weggenomen.

Franquin zit tot aan zijn nek in het werk door alle taken die hij op zich heeft genomen (de reeks "Robbedoes en Kwabbernoot", de omslagen van het blad en de illustraties bij de autorubriek "Starter", de wekelijkse gags van "Ton en Tinneke" in KUIFJE en het project "Guust Flater") en men stelt Jidéhem aan hem voor. Hij treedt toe tot het Atelier van de Meester en werkt vanaf "De gevangene van Boeddha" mee aan de decors, neemt het tekenwerk bij de artikelen van Starter over, werkt in de eerste jaren volop mee aan "Guust Flater"(en leent daarbij zijn ware naam aan de "contractenman" van de reeks.)

Toch blijft hij dromen van een eigen reeks. Het lukt hem uiteindelijk via een omweg, want de uitgever ziet niet graag dat de volmaakte medewerker van zijn sterauteur zich ook met andere zaken bezighoudt. "Franquin adviseerde me er met Delporte over te praten," herinnert Jidéhem zich. "En Delporte zei: "Er is maar één oplossing. Ik zal een synopsis voor je schrijven. Als hoofdredacteur moet ik die dan wel accepteren..." En hij hield woord, met "Starter tegen de Brokkenmakers"."

Deze proef met het personage van een rubriek uit het blad stimuleert de uitgever ertoe hem de vrije hand te geven, als hij tenminste het soort thrillers vermijdt waarover Tillieux het al aan de stok had met de Parijse censors. Omdat zijn vrouw een kindje verwacht, besluit de kunstenaar een jonge vrouwelijke hoofdpersoon te lanceren, "Sophie", die in de volgende episode samen met Starter zal optreden ("Het ei van Karapolie", 1964), maar daarna haar eigen weg gaat en zo'n twintigtal avonturen zal beleven tot 1995, vaak op scenario's van Vicq.

Als zijn dochter de leeftijd van zijn hoofdpersoon gepasseerd is, schroeft Jidéhem zijn productie aanzienlijk terug. Hij bewerkt tussen 1990 en 1993 nog enkele "Chansons cochonnes" (Vieze Varkens, Arboris) voor uitgeverij Top Game van zijn vriend Carpentier. Zijn poging om "Ginger" opnieuw te lanceren loopt op niets uit, maar hij heeft nog steeds heimwee naar zijn eerste personage en betreurt het dat hij zijn loopbaan niet netjes heeft kunnen afronden.