Leloup

Scenario - Tekeningen

Leloup

© D. Fouss

Roger Leloup, geboren op 17 november 1933 in Verviers, heeft ondanks de roerige tijden een beschermde jeugd gehad. Tot zijn hobby's behoren het stripverhaal, de luchtvaart en het spoorwegvervoer, waarvan hij dagelijks voorbeelden op ware grootte kon bewonderen op het nabijgelegen rangeerterrein. Tegenwoordig moet hij genoegen nemen met miniatuurlocomotieven en -wagons op het ruime circuit dat hij heeft aangelegd op de verdieping in zijn huis waar hij zijn atelier heeft.

Hij doet decoratie en reclame op het Saint-Luc in Luik. Een buurman die tekenaar is, Jacques Martin, komt regelmatig brillantine kopen in de kapsalon van zijn ouders. In 1950 vertelt de spraakzame klant dat hij een assistent zoekt voor de vakantietijd. Leloup weet er geen, maar stelt zichzelf dan maar voor als inkleurder.

Zo begint hij te werken aan "Alex" in "Het vervloekte eiland". Dankzij de bestelling door Hergé van technische chromo's voor de reeks "Zien en weten" gaat hij zijn eerste professionele proeftekeningen maken voor "L'Histoire de l'Aviation" en l'Histoire de l'automobile" waarover Jacques Martin de technische supervisie heeft. Leloup tekent de toestellen en voertuigen met de grootste zorgvuldigheid. De tekenaar inkt ze vervolgens waarna de grote meester zelf hoofdpersoon "Kuifje" er in passend kostuum aan toevoegt.

Hergé vindt het al gauw handiger zijn hulpkrachten naar Brussel te halen. Op 15 februari 1953 treedt Leloup toe tot Studio Hergé, waar hij aan de decors van Alex zal werken, van "De zwarte klauw" tot en met het eerste hokje van "Iorix de Grote". Hergé vraagt vooral technische tekeningen van hem of heel nauwkeurige achtergronden, zoals het station Genève-Cointrin in "De Zaak Zonnebloem", de rolstoel van kapitein Haddock in "De juwelen van Bianca Castafiore", auto's, motoren, tanks, het ontwerp van het vliegtuig van Carreidas en van alle toestellen en voertuigen in de nieuwe versie van "De zwarte rotsen", etc.

Na vijftien jaar werken voor anderen krijgt hij behoefte aan een eigen serie. Hij ontmoet Peyo en tekent een paar proefsmurfen, maar zijn stijl blijkt toch geschikter voor het realistische avontuur. Hij assisteert Francis dan bij een episode van "Jakke en Silvester" en bedenkt een nieuw scenario voor hen, dat hij later zal omwerken voor een verhaal van Yoko, "De vliegende spin".

Op kerstavond 1968 schetst hij namelijk voor het eerst een jonge Aziatische, die hij zou willen opvoeren in een "Jakke en Silvester", mocht die reeks hervat worden. Het project valt echter in het water en hij besluit haar verder uit te werken met twee aangevers, Ben en Paul, in plaats van Jakke en Silvester. Aan de vooravond van kerstmis 1969 geeft de uitgever het groene licht en "Yoko Tsuno" begint op 24 september 1970 haar carrière in ROBBEDOES.

Op 31 december 1969 verlaat Leloup Studio Hergé om zich volledig aan de serie te kunnen wijden en sindsdien is Yoko nauwelijks meer uit zijn hart en geest weg geweest. Hij praat over haar alsof ze constant aan zijn zijde is en heeft een roman geschreven over haar jeugd ("L'Écume de l'aube", in 1991 uitgekomen in de reeks Travelling van Uitgeverij Duculot en vervolgens overgenomen door Casterman). Kort daarvoor had Roger Leloup zich gewaagd aan een eerste sf-roman ("Le Pic des ténèbres", ook in Travelling), waarin een buitengewoon aantrekkelijke androïde optreedt, de uiterst efficiënte Tyo. De zeer begeerde Grand Prix de la Jeunesse SF wordt hem in 1990 toegekend.

Roger Leloup is werkelijk een compleet auteur, een even getalenteerd schrijver als tekenaar. In zijn begintijd had Charles Dupuis, door ervaring wantrouwig geworden, hem verzocht de hulp van Tillieux in te roepen voor zijn scenario's en dialogen. Toen deze twee korte verhalen van Leloup had gezien waarin hij alleen maar, puur uit beleefdheid, hier en daar een grapje had kunnen plaatsen, vond de meester-scenarist zijn supervisie volkomen overbodig.

Leloup is een onvervalste, perfectionistische leerling van de school-Hergé: hij begint zijn scripts eindeloos opnieuw en werkt een idee - hij heeft er altijd talloze achter de hand - pas uit als het in zijn ogen volkomen rijp is.