balise_liste_articles@
Wurm
Wurm
Tekening

Philippe Wurm, op 1 mei 1962 uit Franse ouders geboren in Lugano, volgt de middelbare school in Brussel, waar hij in de ban raakt van het stripverhaal. Al snel ontwikkelt hij zich tot een ware handtekeningenjager en waagt zich ook zelf aan de tekenkunst. Deze laatste gril brengt hem ertoe, op advies van een andere liefhebber van de Negende Kunst, de jonge Thierry Tinlot, vanaf september 1978 twee jaar lang de stripcursus van Eddy Paape in Sint-Gillis (Brussel) te volgen. Daarna neemt hij lessen schetsen bij de schilder Beauraing. Hij completeert zijn grafische bagage daarna met een jaar La Cambre (een academie in het Ter Kamerenbos). Op zijn twintigste schrijft hij zich in aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Brussel en die opleiding levert hem in 1987 de "Prix d'Excellence" van de stad Brussel op.

Toch worden zijn eerste proeven stelselmatig afgewezen door Belgische en Franse uitgevers. Hij vindt troost in het tennis, zijn hobby, en ontdekt dat er op dat gebied gespecialiseerde tijdschriften bestaan. Le Monde du Tennis zal zijn eerste werk brengen, op basis van twee platen per maand, van 1983 tot 1985. Didier Pasamonik krijgt de strip onder ogen en geeft Wurms eerste album uit, La fabuleuse pope du tennis, bij Uitgeverij Hachette in 1989.

Vanaf 1990 gaan de deuren van Robbedoes/Spirou en het kortstondige Tintin Reporter op een kiertje voor enkele gags en volledige verhalen, maar zijn eerste ambitieuzere producten zal hij onderbrengen bij uitgeverij Claude Lefrancq: stripversies van beroemde detectiveverhalen. Achtereenvolgens zien we dan: in 1992 'De rode roos' (scenario van Jean-Claude de la Royre, in de serie Rex Stout), vervolgens drie Maigrets naar scripts van Odile Raynaud ('Maigret en zijn dode', 'Maigret en de maniak van Montmartre', 'Maigret en de danseres van Gai-Moulin', van 1992 tot 1994).

Na zijn ontmoeting met scenarioschrijver Stephen Desberg op een stripfestival in Parijs start hij een archeologische thriller die speelt in de jaren twintig van de vorige eeuw en aanvankelijk gemaakt is voor het maandblad Suivre. Wanneer deze ondersteuning in 1997 wegvalt, wordt de reeks van 1998 tot 1999 in albumvorm voortgezet bij Casterman onder de reekstitel 'Le Cercle des sentinelles' ('Les secrets de Karen', 'Le lion ail', 'Bienvenue Mister Gandhi'). Henri Recul neemt het voor de laatste episode van deze 'quadrilogie' ('Le chemin de Laurie') over van Philippe Wurm, die na een recente ontmoeting met Jean Dufaux iets heel anders gaat doen, iets dat nogal Brits van sfeer is en doortrokken van Jacobsiaanse invloeden: de 'Rochester'-saga, waarvan Casterman de eerste twee delen uitgeeft ('De zaak Claudius' in 2001 en 'Geen nieuws van Claudius' in 2002), waarna Dupuis deze moderne griezelsaga opneemt in de collectie Spotlight ('De lijst van Victoria').

Zijn reeks : De Rochesters