Biografie
Fernand Dineur, geboren op 17 mei 1904 te Anderlecht, zal heel wat wonderlijke beroepen uitoefenen alvorens hij een van de authentieke pioniers wordt van het Belgische beeldverhaal. Zo was hij slager, politieagent, handelsreiziger en zelfs ambtenaar in Belgisch Congo.
Eind jaren dertig begint hij illustraties te maken voor de Belgische kranten, enkele korte strips voor de "almanachs" van LE SOIR en de gagstrip "Les Tribulations de Prosper" voor LE MOUSTIQUE, die de aandacht trekt van Jean Dupuis. Deze was voortdurend op zoek naar plaatselijk talent, dat in die tijd schaars was.
Het is dan ook heel logisch dat Dineur wordt gevraagd de avonturen van Tif (Kale) te vertellen vanaf het eerste nummer van SPIROU, 21 april 1938, een opvallende kale, gewiekste schooier die enkele maanden later wordt gekoppeld aan Tondu (Baard — in de Franse versie heet de man met de baard 'Tondu', de kale 'Tif'), een scheepskapitein die schipbreuk had geleden op een onbewoond eiland en wiens weelderige haargroei daar een definitief karakter had gekregen!
Al snel zal Dineur in hetzelfde blad een merkwaardig verhaal over mensachtige dieren starten — "Les Exploits de Bib (le chien), Rip (l'âne), Fitt (le singe) en Jop (le sanglier)" — en de politiemysteries in "Les Enquêtes de Flup", waarin de lezer wordt gevraagd de schuldige te vinden door middel van de aanwijzing in de twee hem voorgelegde tekeningen.
Na een decennium bijna ononderbroken aanwezigheid in het blad, knijpen Baard en Kale er in mei 1948 tussenuit voor enkele complete verhalen in het weekblad HEROIC-ALBUMS. Het bloed stolt de uitgever in de aderen: hij koopt de personages en vertrouwt de grafische ontwikkeling ervan toe aan Will. Dineur zal nog wel enkele scenario's voor de reeks schrijven, maar legt het bijltje er voorgoed bij neer na "Baard en Kale in Midden-Amerika".
Fernand Dineur was een zeer productieve tekenaar, die in zijn beste dagen enkele platen achtereen kon maken, waarop hij geen lijn te veel probeerde te zetten en een volkse humor hanteerde die hem eerder in de lijn van Les Pieds Nickelés van Louis Forton plaatst dan in die van Robbedoes en Kwabbernoot.
Het grote aantal bladen dat na de Bevrijding werd opgericht, was een kolfje naar zijn hand. Hij produceerde veel: "Poupoutte le Clochard" (JEEP, 1945), "Furette" (BIMBO, 1945), "Ric détective" en "Le Baron Louf" (HEROIC-ALBUMS, 1948), "Cap Joc" (PRENEZ-MOI), etc. Kort voor zijn dood in april 1956 was hij in HEROIC-ALBUMS met "Les Confidences du détective Nant" begonnen, eerst in geïllustreerde teksten, daarna in een vervolgstrip. Dit personage stond hem stellig zeer na, net zoals de rimboeverhalen, waarvan zijn oeuvre er vele telt.